ECLI:NL:RVS:2021:1043
Raad van State · 19-05-2021 · zaaknummer 202102504/1/A3 en 202102504/2/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 30 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Arnhem een aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] woont in een particuliere huurwoning in Groningen, samen met haar zoon [naam zoon] van 7 jaar. Haar dochter [naam dochter] van 16 jaar woont sinds juli 2017 niet meer thuis. Volgens hulpverleners is sprake van loverboyproblematiek, een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling en identiteitsproblematiek. [dochter] verblijft in een woongroep van Pluryn in Elst. [appellante] wil dichter bij [dochter] wonen. Ze staat acht jaar ingeschreven voor een huurwoning in Arnhem en omgeving. Tot nu toe is aan haar geen woning toegewezen. Daarom heeft zij het college gevraagd haar een urgentieverklaring te verlenen. Het college heeft de aanvraag van [appellante] afgewezen. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat sprake is van een begrijpelijke woonwens, maar niet van een woonnoodsituatie die binnen vier maanden moet worden opgelost.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
