ECLI:NL:RVS:2020:586
Raad van State · 26-02-2020 · zaaknummer 201904313/1/A1
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 13 juli 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Enschede besloten tot invordering van een volgens het college door [appellant] verbeurde dwangsom van € 20.000,00. [appellant] was ten tijde van belang eigenaar van de woning aan de [locatie 1] te Enschede en de aan die woning gebouwde garage met [locatie 2]. Hij gebruikte de garage en de tuin van de woning voor de exploitatie van zijn fietsenhandel met werkplaats. Dit gebruik was in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Getfert-Perik-Hogeland Noord", op grond waarvan de percelen waarop de woning en de garage staan de bestemming "Wonen" hebben.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
