ECLI:NL:RVS:2020:5
Raad van State · 06-01-2020 · zaaknummer 201908098/1/A3 en 201908098/2/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 12 december 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellante] voor een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] woonde sinds 2010 aan de [locatie] met haar ex-partner en haar twee kinderen, haar inmiddels meerderjarige dochter en haar minderjarige zoon. Zij woonde daar tot 1 juni 2018. Vanwege de beëindiging van de relatie is zij vertrokken naar Texel. Zij is in september 2018 weer teruggekeerd naar Amsterdam. Sindsdien heeft zij samen met haar kinderen op verschillende logeeradressen verbleven. Ter zitting van de voorzieningenrechter is gebleken dat zij nu met haar kinderen in de noodopvang verblijft. Vanwege haar woonsituatie heeft ze, mede namens haar kinderen, een aanvraag voor een urgentieverklaring ingediend bij het college.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
