ECLI:NL:RVS:2020:497
Raad van State · 19-02-2020 · zaaknummer 201807637/2/A3
Inhoudsindicatie
Bij tussenuitspraak van 24 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2536, heeft de Afdeling de minister voor Rechtsbescherming opgedragen zijn besluiten van 31 januari en 30 april 2018 alsnog toereikend te motiveren dan wel in plaats daarvan een ander besluit te nemen. De minister heeft aan het besluit van 31 januari 2018 ten grondslag gelegd dat in het Justitieel Documentatie Systeem op naam van [appellante] een openstaande strafzaak wegens valsheid in geschrifte en poging tot oplichting was vermeld. Aan het besluit van 30 april 2018 heeft de minister ten grondslag gelegd dat [appellante] inmiddels onherroepelijk van deze feiten was vrijgesproken, zodat er geen reden meer was om de afgifte van een verklaring omtrent het gedrag te weigeren.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
