ECLI:NL:RVS:2020:430
Raad van State · 12-02-2020 · zaaknummer 201903357/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 24 maart 2018 heeft de Belastingdienst/Toeslagen meegedeeld dat [wederpartij] over 2016 recht heeft op kinderopvangtoeslag voor maximaal 211 uur dagopvang of 106 uur buitenschoolse opvang per kind. [wederpartij] heeft over de jaren 2016 en 2017 kinderopvangtoeslag ontvangen voor de opvang van haar drie kinderen. Bij de berekening van het aantal uur genoten kinderopvang over de jaren 2016 en 2017 dat voor kinderopvangtoeslag in aanmerking komt, heeft de Belastingdienst/Toeslagen de door de echtgenoot van [wederpartij], [de echtgenoot], gewerkte uren bij EQmatica buiten beschouwing gelaten. Dit heeft tot gevolg dat niet alle opvanguren die [wederpartij] voor haar kinderen heeft afgenomen in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de door de echtgenoot bij EQmatica gewerkte uren in de jaren 2016 en 2017 moeten worden meegeteld bij de berekening van het aantal opvanguren dat voor kinderopvangtoeslag in aanmerking komt.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
