ECLI:NL:RVS:2020:423
Raad van State · 12-02-2020 · zaaknummer 201504577/2/A3, 201507057/2/A3, 201508588/2/A3, 201601993/2/A3, 201604943/1/A3 en 201608752/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij verwijzingsuitspraak van 19 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1098 (hierna: de verwijzingsuitspraak), heeft de Afdeling het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof) verzocht bij wege van prejudiciële beslissing uitspraak te doen op de gestelde vragen over de verenigbaarheid van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c, en artikel 16, eerste lid, aanhef en onder d, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (hierna: RWN) met het Unierecht, in het bijzonder de artikelen 20 en 21 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (hierna: VWEU). De Afdeling heeft bij deze uitspraak de behandeling van de hoger beroepen van [appellant sub 1], [appellante sub 2], [appellant sub 3] en [appellante sub 4] in zaken nrs. 201504577/1/A3, 201507057/1/A3, 201508588/1/A3 en 201601993/1/A3 geschorst tot het Hof uitspraak zal hebben gedaan en elke verdere behandeling aangehouden.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
