ECLI:NL:RVS:2020:3143
Raad van State · 30-12-2020 · zaaknummer 202004030/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 30 november 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een aanvraag van [appellante] om een voorrangsverklaring afgewezen. [appellante] is 52 jaar. Eind 2017 is zij van tafel en bed gescheiden. In november 2018 is de echtscheiding uitgesproken. Zij woont nog in de woning waar zij met haar toenmalige echtgenoot en met haar minderjarige zoon woonde. Deze woning is eigendom van haar ex-echtgenoot. Bij de echtscheiding is de woning aan haar ex-echtgenoot toegewezen. [appellante] woont nu in de woning op basis van een huurovereenkomst met haar ex-echtgenoot. Zij wil in een eigen woning wonen. Zij heeft een voorrangsverklaring aangevraagd om voorrang te krijgen bij de toewijzing van een huurwoning.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
