ECLI:NL:RVS:2020:3017
Raad van State · 16-12-2020 · zaaknummer 201907281/1/V2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 11 december 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van de vreemdeling om het tegen hem uitgevaardigde inreisverbod op te heffen, afgewezen. Deze uitspraak gaat over de vraag of het arrest van het Hof van Justitie van 2 mei 2018, in de zaken K. en H.F., ECLI:EU:C:2018:296, betekent dat de staatssecretaris ondeugdelijk heeft gemotiveerd dat de vreemdeling nog steeds een actueel, werkelijk en voldoende ernstig gevaar voor de openbare orde vormt en of artikel 8 van het EVRM zich verdraagt met handhaving van het inreisverbod. Deze uitspraak gaat dus niet over de vraag of aan de vreemdeling terecht artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen.
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
