ECLI:NL:RVS:2020:3002
Raad van State · 16-12-2020 · zaaknummer 202002347/1/R4
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 28 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Putten een dwangsom van € 10.000,00 ingevorderd. [appellant] was ten tijde van het besluit van 28 mei 2019 eigenaar van de recreatiewoning op het perceel [locatie] in Putten. Bij besluit van 5 maart 2018 heeft het college aan de rechtsvoorganger van [appellant] een last opgelegd met een dwangsom van € 10.000 per maand met een maximum van € 60.000 om het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bestaande uit het (laten) gebruiken van het perceel en de daarop aanwezige opstallen voor huisvesting van personen die daarvandaan naar hun werk gaan en/of gebruiken als centrum van hun sociaal maatschappelijk leven binnen zes maanden na verzenddatum van deze brief te beëindigen en beëindigd te houden. Op 11 april 2019 heeft een toezichthouder een controle op het perceel uitgevoerd. Hij heeft toen zes personen aangetroffen. Het college heeft daarom besloten om over te gaan tot invordering van de dwangsom.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
