ECLI:NL:RVS:2020:3001
Raad van State · 16-12-2020 · zaaknummer 201905750/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 8 mei 2018 heeft de korpschef van politie het aan [appellant] verleende verlof tot het voorhanden hebben van een wapen en munitie ingetrokken. Op 28 april 2018 is de politie naar de woning van [appellant] gegaan, omdat de vrouw van [appellant] 112 had gebeld. In het verslag in het mutatierapport dat is opgemaakt door de politie staat dat de vrouw van [appellant] erg overstuur was nadat ze een woordenwisseling had gehad met [appellant]. [appellant] maakte op de politie een verwarde indruk en sprak cryptisch. Na deze situatie vreesde de korpschef voor misbruik van het wapenverlof en hij heeft daarom het wapenverlof ingetrokken. De minister heeft dit besluit gehandhaafd. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister het besluit in redelijkheid heeft kunnen handhaven.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
