ECLI:NL:RVS:2020:2876
Raad van State · 02-12-2020 · zaaknummer 202002318/1/V6
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 15 februari 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verzoek van [appellante] om haar het Nederlanderschap te verlenen, afgewezen. [appellante], met de Afghaanse nationaliteit, verblijft bij haar minderjarige kinderen met de Nederlandse nationaliteit. [appellante] heeft sinds 16 augustus 2012 een verblijfsdocument met de aantekening 'Familielid van een burger van de Unie', ontleend aan artikel 20 van het VWEU. De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen, omdat [appellante] geen duurzaam verblijfsrecht heeft in de zin van de Verblijfsrichtlijn en er daarom bedenkingen bestaan tegen haar verblijf in Nederland voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (hierna: de RWN). [appellante] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de staatssecretaris zijn verweerschrift korter dan tien dagen voor de zitting heeft ingediend.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
