ECLI:NL:RVS:2020:2692
Raad van State · 11-11-2020 · zaaknummer 201909165/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 13 juli 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Renkum het verzoek van [appellant] om intrekking van de leegstandsvergunning niet-ontvankelijk verklaard. [appellant] woont aan de [locatie] in Oosterbeek. Hij huurt die woning sinds december 2015. Om de woning te mogen verhuren is in 2013 aan de eigenaar een vergunning op grond van de Leegstandwet verleend. [appellant] heeft een huurgeschil met de huidige eigenaar. Hij heeft gevraagd om intrekking van de leegstandsvergunning, omdat dat gunstige gevolgen zou hebben voor de status van zijn tijdelijke huurcontract. Het college stelt zich op het standpunt dat de geldigheid van de vergunning op 1 maart 2018 van rechtswege is verstreken omdat toen de geldigheidsduur verliep. Daarom heeft het college het verzoek van [appellant] niet inhoudelijk behandeld, maar niet-ontvankelijk verklaard.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
