ECLI:NL:RVS:2020:2683
Raad van State · 11-11-2020 · zaaknummer 202001001/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 19 april 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht [appellant] in de basisregistratie personen per 5 april 2018 ingeschreven op een niet-bestaand adres. [appellant] heeft op 9 augustus 2018 bezwaar gemaakt tegen het besluit van 19 april 2018. Het college heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat [appellant] buiten de in artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht gestelde termijn van zes weken bezwaar heeft gemaakt en er geen reden was op grond waarvan die termijnoverschrijding verschoonbaar kon worden geacht. [appellant] is het daarmee niet eens, omdat, naar hij stelt, het besluit van 19 april 2018 hem niet of veel later heeft bereikt. Het hoger beroep gaat over de vraag of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het college het door [appellant] gemaakte bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
