ECLI:NL:RVS:2020:2645
Raad van State · 04-11-2020 · zaaknummer 201908040/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 13 maart 2018 heeft de korpschef van politie de aan [appellant] verleende erkenning op grond van de Wet wapens en munitie ingetrokken. Op 13 maart 2018 heeft de korpschef de aan [appellant] verleende erkenning ingetrokken omdat tijdens een controle op 22 november 2017 is geconstateerd dat er handelingen werden verricht waarop de erkenning niet zag. Ook is geconstateerd dat er erkenningsplichtige handelingen werden verricht zonder dat [appellant] als beheerder aanwezig was. Agenten hebben waargenomen dat er reparaties aan een gearbox, een onderdeel van een airsoftwapen, werden verricht. De erkenning ziet op het blauwen en graveren van wapens en het uitvoeren van andere oppervlaktebehandelingen. De minister van Justitie en Veiligheid heeft het door [appellant] ingestelde beroep ongegrond verklaard en het besluit van de korpschef gehandhaafd. Volgens hem vallen airsoftapparaten niet onder de categorie speelgoed. Niet alleen vuurwapens, maar ook airsoftwapens hebben wezenlijke onderdelen.
Advocaten
- C.P. Posthuma
- S.E. de Vries
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
