ECLI:NL:RVS:2020:2630
Raad van State · 04-11-2020 · zaaknummer 201908023/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 13 december 2016 heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante] een boete van € 21.600,00 en een boete van € 2.700,00 opgelegd. [appellante] heeft een fabriek, waarin werknemers hondensnacks verpakken met behulp van inpakmachines. Op 2 oktober 2015 heeft in de fabriek een arbeidsongeval plaatsgevonden, waarbij een werkneemster letsel heeft opgelopen. De staatssecretaris heeft op grond van artikel 16, tiende lid, van de Arbeidsomstandighedenwet in samenhang gelezen met artikel 7.7 van het Arbeidsomstandighedenbesluit aan [appellante] een boete van € 21.600,00 opgelegd, omdat de bewegende delen, het snijgedeelte, van de inpakmachine bereikbaar waren en de werkneemster met haar linkerhand in het snijgedeelte van een inpakmachine is terechtgekomen, waardoor zij aan die hand letsel heeft opgelopen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
