ECLI:NL:RVS:2020:2577
Raad van State · 28-10-2020 · zaaknummer 202000815/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 17 september 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [wederpartij] om een urgentieverklaring afgewezen. [wederpartij] is een alleenstaande man van 55 jaar. Hij woont sinds 1997 bij zijn broer op een driekamerwoning gelegen op de derde verdieping. [wederpartij] heeft chronische psychische klachten en blijvende geestelijke en lichamelijke klachten. Hij heeft hierdoor bij alles in zijn leven hulp van anderen nodig. Omdat de huidige woonsituatie vanwege de lichamelijke beperkingen ongeschikt is voor [wederpartij] wil hij sinds 2010 een urgentieverklaring krijgen voor een zelfstandige woning. Eerdere aanvragen van [wederpartij] zijn afgewezen. Een procedure over een eerdere afwijzing is geëindigd met een uitspraak van de Afdeling van 6 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3341. Het college heeft de aanvraag afgewezen, omdat het vindt dat [wederpartij] onvoldoende zelfredzaam is en daardoor niet zelfstandig kan wonen.
Rechters
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
