ECLI:NL:RVS:2020:252
Raad van State · 29-01-2020 · zaaknummer 201804041/1/A1
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 20 december 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag zijn beslissing op schrift gesteld om op 14 december 2017 spoedeisende bestuursdwang jegens [appellante] toe te passen wegens het door haar in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen. Daarbij heeft het college vermeld dat van de kosten van bestuursdwang een bedrag van € 126,00 voor rekening van [appellante] komt.De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een huisvuilzak die op 14 december 2017 naast een aangewezen inzamelvoorziening op de Thomsonlaan te Den Haag, ter hoogte van nummer 111, is aangetroffen. Omdat in de huisvuilzak een adresdrager is aangetroffen, namelijk een enveloppe, geadresseerd aan de ouders/verzorgers van de minderjarige dochter van [appellante], gaat het college ervan uit dat [appellante] als overtreder van artikel 9 van de Afvalstoffenverordening kan worden aangemerkt.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
