ECLI:NL:RVS:2020:2392
Raad van State · 07-10-2020 · zaaknummer 201909281/1/V6
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 11 januari 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [appellante] ingetrokken. [appellante] heeft de Surinaamse nationaliteit. De staatssecretaris heeft aan de intrekking van het Nederlanderschap ten grondslag gelegd dat [appellante] bij het afleggen van de optieverklaring niet heeft vermeld dat er een procedure liep om haar verblijfsvergunning in te trekken. Hierdoor heeft zij volgens de staatssecretaris tijdens de optieprocedure een relevant feit verzwegen waarvan zij wist, althans redelijkerwijs kon vermoeden, dat dat van belang was voor de beoordeling van het optieverzoek. Indien ten tijde van het afleggen van de optieverklaring bij de burgemeester bekend zou zijn geweest dat er een voornemen bestond om haar verblijfsvergunning in te trekken, had de burgemeester de optieverklaring niet bevestigd. Immers zouden er dan volgens de staatssecretaris bedenkingen tegen haar toelating voor onbepaalde tijd in Nederland bestaan.
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
