ECLI:NL:RVS:2020:2390
Raad van State · 07-10-2020 · zaaknummer 201904166/2/A3
Inhoudsindicatie
Bij tussenuitspraak van 20 mei 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1246) heeft de Afdeling het college opgedragen binnen vier weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken te herstellen. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling overwogen dat het college alsnog moet beoordelen of het de gevraagde vergunning, mede in het licht van de uitspraak van de Afdeling van 27 februari 2019, met terugwerkende kracht tot 12 augustus 2016 had moeten verlenen of, indien het college van oordeel is dat daartoe geen aanleiding bestaat, dat oordeel voldoende draagkrachtig motiveren. Het college is niet bereid om [appellant] met terugwerkende kracht de gevraagde vergunning te verlenen. Het college vindt dat het mede door de door [appellant] gegeven informatie mocht uitgaan van het feit dat zijn schip geen volwaardig rondvaartschip was en dat hij daarom niet in aanmerking kwam voor een vergunning.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
het college van burgemeester en wethouders van Texel
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van Texel
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
