ECLI:NL:RVS:2020:2255
Raad van State · 23-09-2020 · zaaknummer 202003926/2/V6
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 11 december 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [verzoeker] ingetrokken. Het verzoek van [verzoeker] strekt ertoe dat bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat de rechtsgevolgen van het besluit tot intrekking van het Nederlanderschap worden opgeschort totdat op het hoger beroep is beslist. Hij heeft hieraan ten grondslag gelegd dat de intrekking van het Nederlanderschap tot gevolg heeft dat hij staatloos is, geen arbeid meer mag verrichten en het grondgebied van de lidstaten, waaronder Nederland, niet meer mag inreizen. Dat betekent ook dat hij niet in persoon bij de zitting aanwezig kan zijn. [verzoeker] voert verder aan dat zijn belangen om de procedure in Nederland af te mogen wachten zwaarder moeten wegen dan het belang van de staatssecretaris om tot uitzetting over te gaan, omdat hij lange tijd legaal in Nederland heeft verbleven, hier is geïntegreerd en nooit een beroep heeft gedaan op het sociale bijstandsstelsel.
Rechters
Advocaten
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
