ECLI:NL:RVS:2020:2085
Raad van State · 02-09-2020 · zaaknummer 201903463/1/R2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 12 april 2018 heeft het college het verzoek van [belanghebbende] om de bij besluit van 30 januari 2013 aan [appellant] verleende bouwvergunning eerste fase in te trekken, afgewezen. Op 13 april 2010 heeft [appellant] een aanvraag om bouwvergunning eerste fase ingediend voor het bouwen van een kantoor en twee appartementen op het perceel. Bij brief van 31 januari 2018 heeft [belanghebbende] het college verzocht om de bij besluit van 30 januari 2013 verleende vergunning in te trekken met toepassing van artikel 2.33, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, omdat nog geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning en artikel 5:50, vierde lid, van het Burgerlijk Wetboek volgens hem aan de realisering van het bouwplan in de weg staat.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
