ECLI:NL:RVS:2020:2029
Raad van State · 26-08-2020 · zaaknummer 201904911/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 3 augustus 2018 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de huurtoeslag van [appellante] over 2017 definitief berekend en vastgesteld op een bedrag van € 1.384,00 en een bedrag van € 1.919,00 van haar teruggevorderd. In geschil is of de Belastingdienst/Toeslagen het inkomen van [zoon], de zoon van [appellante] (hierna ook: de zoon), terecht heeft betrokken bij de vaststelling van haar huurtoeslag over 2017. [appellante] huurt een woning in Ermelo. Zij heeft hiervoor huurtoeslag over 2017 ontvangen. In het besluit van 3 augustus 2018 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de zoon als medebewoner van [appellante] aangemerkt en zijn inkomen over 2017 tot en met 30 november 2017 voor de vaststelling van de huurtoeslag meegeteld. [appellante] heeft in bezwaar naar voren gebracht dat haar zoon van kinds af aan op haar woonadres in Ermelo was ingeschreven, maar in feite sinds de aanvang van zijn studie in 2010 bij zijn vader woont, [vader], in Putten.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
