ECLI:NL:RVS:2020:1819
Raad van State · 29-07-2020 · zaaknummer 201907920/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 12 juni 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Groningen de aanvraag van [wederpartij] voor een vergunning voor het omgezet houden van een zelfstandige woning in drie onzelfstandige woonruimten ten behoeve van kamerbewoning afgewezen. [wederpartij] is eigenaar van een appartement aan de [locatie] in Groningen. Sinds 2003 verhuurt hij drie kamers aan drie personen in het appartement. De gemeente heeft beoogd om per 1 juli 2015 het (omzetten en) omgezet houden van een zelfstandige woning in drie of meer onzelfstandige woonruimten vergunningplichtig te stellen. Pandeigenaren zoals [wederpartij] die al drie of meer onzelfstandige woonruimten verhuurden konden daarom tot 1 juli 2017 onder het overgangsrecht een vergunning aanvragen en verkrijgen. [wederpartij] heeft op 2 mei 2018 bij het college een vergunning onder toepassing van het overgangsrecht aangevraagd.
Advocaten
- G.C.A. Dwarshuis
- N. Sewradj
- R. Snel
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
