ECLI:NL:RVS:2020:1776
Raad van State · 24-07-2020 · zaaknummer 202002245/2/R3
Inhoudsindicatie
Bij afzonderlijke besluiten van 22 november 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Groningen zowel [verzoeker A] als [verzoeker B] onder oplegging van een dwangsom gelast om de gestelde strijdigheden met artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht op de percelen [locatie 1] en [locatie 2] te Groningen op te heffen door het gebruik als studio te staken en gestaakt te houden en door de situatie op de percelen in de oude staat te herstellen en alsnog een sloopmelding voor uitgevoerde sloopwerkzaamheden in te dienen. [verzoeker A] en [verzoeker B] hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt dat de volgens het college verbeurde dwangsommen niet worden ingevorderd voordat is beslist op hun hoger beroep. Volgens hen heeft invordering voor hen zware financiële consequenties en onomkeerbare gevolgen en weegt het belang van het college bij onmiddellijke invordering daar niet tegen op.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
