ECLI:NL:RVS:2020:1581
Raad van State · 08-07-2020 · zaaknummer 201908287/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 30 oktober 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag om afgifte van een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] heeft bij het college een urgentieverklaring aangevraagd voor een eigen woning. Na een echtscheiding waarbij de woning is toegewezen aan zijn vrouw huurt hij nu een kleine kamer bij een gezin met kinderen. Dit levert veel stress op door gebrek aan privacy en klachten van de verhuurster. Ook is onzeker hoe lang hij daar kan blijven wonen. [appellant] heeft cardiologische en psychische problemen en hij wil een stabiele woonsituatie zodat deze problemen effectief kunnen worden behandeld. Hij kan dan ook zijn zoon ontvangen en werk gaan zoeken. Het college heeft de aanvraag voorgelegd aan de GGD. De GGD heeft geadviseerd dat de medische situatie van [appellant] niet zodanig is dat hierop urgentie kan worden geïndiceerd. Het college heeft de aanvraag afgewezen.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
