ECLI:NL:RVS:2020:1566
Raad van State · 08-07-2020 · zaaknummer 202001583/2/V6
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 28 februari 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [verzoeker] ingetrokken. Het verzoek strekt ertoe dat bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat de rechtsgevolgen van het besluit tot intrekking van het Nederlanderschap worden geschorst totdat de Afdeling op het beroep tegen het besluit van 7 april 2020 heeft beslist. [verzoeker] heeft aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat hij als gevolg van de intrekking van zijn Nederlanderschap geen rechtmatig verblijf meer heeft in Nederland en daarom geen arbeid meer mag verrichten. [verzoeker] voert verder aan dat zijn belangen om de procedure in Nederland af te mogen wachten zwaarder moeten wegen dan het belang van de staatssecretaris om tot uitzetting over te gaan, omdat de gehele procedure inmiddels al tweeëneenhalf jaar duurt.
Rechters
Advocaten
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
