ECLI:NL:RVS:2020:1472
Raad van State · 24-06-2020 · zaaknummer 201904608/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 11 april 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rijssen-Holten aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd. [appellant] heeft bij brief van 23 mei 2018 bezwaar gemaakt tegen het besluit van 11 april 2018, maar daarbij niet de gronden van het bezwaar vermeld. In de brief heeft hij het college gevraagd om op grond van artikel 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht een termijn te stellen waarbinnen hij de gronden van het bezwaar mocht indienen. Het college heeft vervolgens bij brief van 6 juni 2018 [appellant] in de gelegenheid gesteld het verzuim, het ontbreken van de gronden van het bezwaar, te herstellen binnen twee weken na verzenddatum van de brief, te weten uiterlijk 20 juni 2018. [appellant] heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt. Daarom heeft het college bij besluit van 15 augustus 2018 het door [appellant] gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
