ECLI:NL:RVS:2020:1420
Raad van State · 17-06-2020 · zaaknummer 201903818/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 21 september 2018 heeft de raad voor rechtsbijstand een aanvraag van [appellant] om een toevoeging voor rechtsbijstand afgewezen. In een civielrechtelijk geschil werd [appellant] verweten geld van de onderneming [bedrijf A] en van drie andere ondernemingen te hebben weggesluisd. Het gaat daarbij om [bedrijf B], [bedrijf C] en [bedrijf D]. Bij vonnis van 20 december 2017 heeft de rechtbank Limburg [appellant] veroordeeld tot het afleggen van rekening en verantwoording aan deze vier besloten vennootschappen ter zake van betalingen die hij ten laste van deze ondernemingen heeft gedaan. Omdat de wederpartijen van [appellant] in hoger beroep zijn gegaan en hij zich in hoger beroep wenst te verweren en incidenteel hoger beroep in te stellen, heeft [appellant] op 2 mei 2018 een toevoeging aangevraagd voor rechtsbijstand.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
