ECLI:NL:RVS:2020:1331
Raad van State · 03-06-2020 · zaaknummer 202000360/1/R4
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 2 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 16 september 2019 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 126,00, voor rekening van [appellante] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos die op 16 september 2019 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer ter hoogte van de Kepplerstraat 3 in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat haar adres op het adreslabel op de doos staat. De doos is geadresseerd aan [naam persoon] op het adres van [appellante]. [appellante] betwist dat de aangetroffen doos van haar afkomstig is en stelt de doos nooit eerder te hebben gezien.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
