ECLI:NL:RVS:2020:1310
Raad van State · 03-06-2020 · zaaknummer 201906534/1/R1
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 17 januari 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam besloten tot invordering van de door [appellant] verbeurde dwangsommen van in totaal € 53.500,00. Volgens het college heeft het pand van [appellant] aan de [locatie] in Amsterdam gebreken en verkeert het in een staat die in strijd is met de Woningwet. Daarom heeft het college bij besluit van 2 juni 2017 [appellant] onder oplegging van een dwangsom van € 10.000,00 ineens gelast dat binnen een termijn van twaalf weken na de dag waarop dit besluit is verzonden of uitgereikt een aanvang is gemaakt met het treffen van de voorzieningen zoals opgenomen in de bij dit besluit gevoegde voorzieningenlijst. Verder heeft het college bij dit besluit [appellant] onder oplegging van een dwangsom van € 43.500,00 ineens gelast dat binnen een termijn van zes maanden na dagtekening van dit besluit het treffen van de voorzieningen zoals opgenomen in de bij dit besluit gevoegde voorzieningenlijst is voltooid.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
