ECLI:NL:RVS:2020:1292
Raad van State · 27-05-2020 · zaaknummer 201907103/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 3 juni 2019 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (lees: de minister) door [appellante] verbeurde dwangsommen van € 10.000,00 ingevorderd. Bij brief van 10 juli 2018 heeft de minister het voornemen geuit om [appellante] een last onder dwangsom op te leggen, omdat zij niet tijdig, te weten vóór 1 juni 2018, de Jaarverantwoording Zorg over het verslagjaar 2017 aan het Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg (CIBG) heeft aangeleverd en daarmee niet heeft voldaan aan de verplichtingen als opgenomen in de Wet toelating zorginstellingen (WTZi) en de Regeling verslaglegging WTZi. Bij besluit van 4 september 2018 heeft de minister een last onder dwangsom aan [appellante] opgelegd op grond van artikel 37 van de WTZi gelezen in samenhang met artikel 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht, om alsnog aan haar wettelijke verplichtingen te voldoen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
