ECLI:NL:RVS:2020:1167
Raad van State · 29-04-2020 · zaaknummer 201900727/1/A1
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 14 november 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bunschoten het waterschap Vallei en Veluwe gelast om de gevolgen van de verontreiniging die is ontstaan door het gebruiken van grond voor het verbreden en verstevigen van de Westdijk in Bunschoten ongedaan te maken. Het waterschap heeft in 2016 thermisch gereinigde grond gebruikt om de Westdijk in Bunschoten te verbreden en verstevigen. Naar aanleiding van klachten over kwaliteitsverslechtering van het oppervlaktewater zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd en is het college tot de conclusie gekomen dat de bodem en het grondwater zijn verontreinigd. Het college stelt zich op het standpunt dat het waterschap heeft gehandeld in strijd met artikel 13 van de Wet bodembescherming, waarin de verplichting is opgenomen om de gevolgen van een verontreiniging van de bodem zoveel mogelijk te voorkomen, beperken en ongedaan te maken.
Advocaten
- B. de Haan
- C.A.T. Egging
- E.B.J. Klerks
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
het college van burgemeester en wethouders van Bunschoten
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van Bunschoten
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
