ECLI:NL:RVS:2020:1163
Raad van State · 29-04-2020 · zaaknummer 201906064/1/R4
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 30 april 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Montfoort het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden afgewezen. Bij brief van 26 februari 2018 heeft [appellant] gesteld dat de inhoud van de twee woningen op het perceel [locatie] groter is dan de door het college gecommuniceerde 935 m3 en dat geen sprake is van een rustende-boer situatie. Hij heeft het college verzocht een onderzoek in te stellen en handhavend op te treden. Het college heeft zich in het besluit van 30 april 2018 op het standpunt gesteld dat voor het bouwen en gebruik van de ‘rustende-boer’ -eenheid reeds een procedure aanhangig was bij de Afdeling en dat wordt opgetreden tegen de bouw en het gebruik van deze ‘rustende-boer’- eenheid.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
