ECLI:NL:RVS:2020:1149
Raad van State · 29-04-2020 · zaaknummer 201906655/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 26 oktober 2018 heeft de minister van Justitie en Veiligheid [wederpartij] meegedeeld dat zijn ingebrekestelling wegens het niet tijdig nemen van een besluit op zijn verzoek op grond van artikel 15 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming prematuur is en hij [wederpartij] om die reden geen dwangsom verschuldigd is. Op 13 augustus 2018 heeft [wederpartij] de minister van Justitie en Veiligheid en de minister voor Rechtsbescherming bij afzonderlijke brieven onder verwijzing naar artikel 15 van de AVG verzocht om inzage in zijn persoonsgegevens die door hen zijn verwerkt. Bij brief van 11 september 2018, ondertekend namens de minister voor Rechtsbescherming, is een ontvangstbevestiging naar [wederpartij] gestuurd en de termijn voor het nemen van een besluit met twee maanden verlengd. [wederpartij] heeft de minister van Justitie en Veiligheid bij brief van 20 oktober 2018 in gebreke gesteld omdat hij geen besluit heeft genomen op zijn AVG-verzoek.
Rechters
Advocaten
- J.H. Brouwer
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
