ECLI:NL:RVS:2019:4106
Raad van State · 05-12-2019 · zaaknummer 201907694/2/A1
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 15 november 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zeewolde besloten tot invordering over te gaan van de verbeurde dwangsom van € 25.000,00. Bij besluit van 16 mei 2017 heeft het college [verzoekster] onder oplegging van de dwangsom gelast om het (laten) gebruiken van de recreatiewoning aan de [locatie] te Zeewolde ten behoeve van niet-recreatief gebruik uiterlijk 1 december 2017 te beëindigen en beëindigd te houden. Het college heeft aan zijn besluit tot invordering ten grondslag gelegd dat bij een controle door een toezichthouder op 12 september 2018 bij de recreatiewoning is gebleken dat vier Poolse mannen en een Poolse vrouw aanwezig waren, die verklaarden hier te verblijven in verband met het verrichten van werk in Nederland. Aangezien de recreatiewoning niet conform de bestemming werd gebruikt voor de huisvesting van arbeidsmigranten, heeft het college daarop besloten om over te gaan tot invordering van de verbeurde dwangsom van € 25.000,00.
Rechters
Advocaten
- J. Veltman
Partijen
[verzoekster]
verzoekster · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
