ECLI:NL:RVS:2018:2590
Raad van State · 01-08-2018 · zaaknummer 201708765/1/V6
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 9 september 2016 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, het verzoek van [persoon] om medeverlening van het Nederlanderschap aan haar zoon [wederpartij] afgewezen. In het verzoek heeft [persoon] voor zichzelf en voor [wederpartij] het Nederlanderschap aangevraagd. De staatssecretaris heeft besloten [persoon] voor te dragen voor verlening van het Nederlanderschap, maar [wederpartij] niet in aanmerking te laten komen voor medeverlening van het Nederlanderschap. De reden is dat [wederpartij] na indiening van het verzoek niet onafgebroken toelating voor onbepaalde tijd en hoofdverblijf had in Nederland. [wederpartij] had van 31 maart 2016 tot 13 april 2016 namelijk geen geldige verblijfsvergunning, zodat in die periode een verblijfsgat is ontstaan.
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
