ECLI:NL:RVS:2018:2503
Raad van State · 25-07-2018 · zaaknummer 201703180/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 14 april 2014 heeft het Uwv de verzoeken van [appellante] op grond van artikel 36, eerste lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens (hierna: Wbp) gedeeltelijk afgewezen. Met deze procedure wil [appellante] bereiken dat twee feitelijke onjuistheden in de medische rapportage van [verzekeringsarts A], bezwaar en beroep, van 9 februari 2012 worden verwijderd. De onjuistheden betreffen de vermelding van "reumatoïde artritis" en "pijn in de handen". Volgens [appellante] is het om twee redenen van groot belang dat dit rapport geen onjuistheden bevat. De eerste reden is principieel van aard. [appellante] wil dat de gemaakte fouten worden hersteld. Zij voelt zich over een lange periode niet goed behandeld door het Uwv vanwege een aaneenschakeling van onjuistheden, trage of onvolledige reacties en het uitblijven van reacties. Ten tweede wil [appellante] dat deze onjuistheden worden verwijderd omdat het rapport wordt betrokken bij haar letselschadezaak.
Rechters
Advocaten
- E.A.J. van Meerkerk
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
