ECLI:NL:RVS:2017:2464
Raad van State · 13-09-2017 · zaaknummer 201507816/2/A1
Inhoudsindicatie
Bij uitspraak onderscheidenlijk tussenuitspraak van 8 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:308, heeft de Afdeling het hoger beroep van [belanghebbende] tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 4 september 2015 in zaak nr. 14/3958 ongegrond verklaard, het verzoek van [belanghebbende] om schadevergoeding afgewezen, het incidenteel hoger beroep van [appellant] ongegrond verklaard, en voorts het college opgedragen om binnen acht weken na de verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen het gebrek in het besluit van 15 december 2015 te herstellen. Deze uitspraak onderscheidenlijk tussenuitspraak is aangehecht.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
het college van burgemeester en wethouders van Zwijndrecht
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van Zwijndrecht
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
