ECLI:NL:RVS:2013:BZ9761
Raad van State · 08-05-2013 · zaaknummer 201207483/1/V6
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 6 januari 2011 heeft de minister het verzoek van [wederpartij] om hem en zijn kinderen het Nederlanderschap te verlenen (hierna: het naturalisatieverzoek), afgewezen. Bij besluit van 5 juli 2011 heeft de minister het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 14 juni 2012 heeft de rechtbank het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 5 juli 2011 vernietigd en bepaald dat de minister opnieuw op het gemaakte bezwaar dient te beslissen met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft de minister, thans de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie (hierna: de staatssecretaris), hoger beroep ingesteld. [wederpartij] heeft een verweerschrift ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 7 februari 2013, waar de staatssecretaris, vertegenwoordigd door mr. A.C. Rop, advocaat te Den Haag, en [wederpartij], bijgestaan door mr. M.M. van Daalhuizen, advocaat te Rotterdam, zijn verschenen. Overwegingen 1. Onder de staatssecretaris wordt tevens verstaan: diens rechtsvoorganger. 2. Ingevolge artikel 7, eerste lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (hierna: de RWN) wordt, met inachtneming van de bepalingen van hoofdstuk 4 van deze wet, aan vreemdelingen die daarom verzoeken het Nederlanderschap verleend.
Advocaten
- A.C. Rop
- M.M. van Daalhuizen
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
