ECLI:NL:RVS:2013:BZ9735
Raad van State · 03-05-2013 · zaaknummer 201303403/1/V4
Inhoudsindicatie
Het hoger beroep is gericht tegen een tussenuitspraak van de Rb. als bedoeld in art. 8:104, lid 3, onder a, van de Awb. Hiertegen kan slechts tegelijkertijd met een hoger beroep tegen een uitspraak van de Rb. als bedoeld in art. 8:66, lid 1, art. 8:67, lid 1, of een uitspraak van de voorzieningenrechter als bedoeld in art. 8:86, lid 1, van die wet, hoger beroep worden ingesteld. Van een dergelijke uitspraak is geen sprake. Dat aan de tussenuitspraak een rechtsmiddelenvoorlichting is toegevoegd, waarin ten onrechte is vermeld dat partijen binnen vier weken na verzending van een afschrift tegen deze uitspraak hoger beroep kunnen instellen bij de Afdeling, doet hieraan niet af. De vreemdeling kan immers alsnog, tegelijkertijd met het hoger beroep tegen een uitspraak van de Rb. als bedoeld in art. 8:66, lid 1, art. 8:67, lid 1, of een uitspraak van de voorzieningenrechter, als bedoeld in art. 8:86, lid 1 van de Awb, hoger beroep instellen tegen de tussenuitspraak.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
