Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RVS:2013:BZ9718

Raad van State · 01-05-2013 · zaaknummer 201209249/1/V3

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 22-06-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Bij besluit van 12 september 2005 is de aanvraag van de vreemdeling om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking 'arbeid als zelfstandige' afgewezen. In het besluit van 8 mei 2007 staat dat het hiertegen door de vreemdeling ingestelde bezwaar ongegrond wordt verklaard. In dit besluit, onder punt 5, onder het kopje "Rechtsgevolgen van deze beschikking" staat voorts: "Betrokkene is reeds eerder aangezegd dat hij Nederland diende te verlaten. Het ter voorkoming van zijn verwijdering uit Nederland ingediende verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening is bij rechterlijke uitspraak van 23 december 2005 afgewezen. Betrokkene verblijft derhalve sedertdien niet langer rechtmatig in Nederland en kan worden uitgezet." Niet in geschil is dat de meeromvattende beschikking van 12 september 2005 een terugkeerbesluit inhoudt. Evenmin is in geschil dat de vreemdeling op een onbekende datum in 2006 is uitgezet naar Turkije en op een onbekende datum opnieuw naar Nederland is gekomen. Onder verwijzing naar de uitspraak van 8 augustus 2011 in zaak nr. 201105786/1/V3 overweegt de Afdeling dat door de uitzetting van de vreemdeling in 2006 is voldaan aan de bij het terugkeerbesluit van 12 september 2005 vastgestelde terugkeerverplichting. Het besluit van 8 mei 2007 dient, gelet op de inhoud en strekking daarvan, te worden aangemerkt als een besluit op bezwaar. De staatssecretaris heeft in dat besluit het in de meeromvattende beschikking van 12 september 2005 vervatte terugkeerbesluit niet herroepen, noch opnieuw een vertrektermijn vastgesteld. Gelet op het voorgaande is in het besluit op bezwaar slechts het terugkeerbesluit van 12 september 2005 gehandhaafd. Het besluit van 8 mei 2007 houdt derhalve geen nieuw terugkeerbesluit in. Nu aan de in het besluit van 12 september 2005 vervatte terugkeerverplichting is voldaan en het besluit van 8 mei 2007 geen nieuw terugkeerbesluit inhoudt, heeft de Rb. ten onrechte overwogen dat het terugkeerbesluit van 14 juli 2012 niet op rechtsgevolg is gericht. Zij heeft het beroep, voor zover gericht tegen het terugkeerbesluit, derhalve ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [appellant]

    appellant · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.