ECLI:NL:RVS:2013:BZ8736
Raad van State · 11-04-2013 · zaaknummer 201207433/1/V3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 5 april 2012 heeft de minister de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en tegen haar een inreisverbod uitgevaardigd. (…) In het besluit van 5 april 2012 is niet aangegeven dat het verblijf van de vreemdeling illegaal is of illegaal wordt verklaard. Dit besluit kan derhalve niet als terugkeerbesluit, in de zin van art. 1, aanhef en onder s, van de Vw 2000 gelezen in samenhang met art. 3, punt vier, van de Terugkeerrichtlijn, worden aangemerkt. Nu ingevolge art. 66a, lid 1, aanhef en onder a, van de Vw 2000, gelezen in verbinding met de artikelen 62 en 62a van die wet, de uitvaardiging van een inreisverbod een terugkeerbesluit vereist, mocht de staatssecretaris ook geen inreisverbod tegen de vreemdeling uitvaardigen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
