Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RVS:2013:BZ8430

Raad van State · 24-04-2013 · zaaknummer 201202036/1/A3

BestuursrechtGepubliceerd 22-06-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Hoeveelheden harddrugs overschrijden ruimschoots de hoeveelheid van maximaal 0,5 gram die door het OM als hoeveelheid voor eigen gebruik wordt aangemerkt. Gelet hierop mocht de burgemeester zich op het standpunt stellen dat de aangetroffen harddrugs aanwezig waren om te worden verkocht. Dit geldt temeer nu bij het onderzoek in de woning tevens een grote hoeveelheid gripzakjes, een weegschaal en een grote hoeveelheid contant geld zijn aangetroffen, hetgeen appellant evenmin betwist. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 5 september 2012 in zaak nr. 201109887/1/A3, LJN: BX6476), is voor het ontstaan van de bevoegdheid om bestuursdwang toe te passen niet vereist dat daadwerkelijk harddrugs in de woning zijn verhandeld. Uit het woord "daartoe" in art. 13b, lid 1 van de Opiumwet volgt dat de burgemeester bevoegd is een woning op grond van die bepaling te sluiten indien daarin een handelshoeveelheid drugs, die, naar hiervoor is overwogen, geacht wordt te zijn bestemd voor verkoop, aflevering of verstrekking, wordt aangetroffen. Gelet op de tekst van dit artikellid is voor het ontstaan van de hierin neergelegde bevoegdheid niet noodzakelijk dat de burgemeester aannemelijk maakt dat de aanwezigheid van harddrugs overlast heeft veroorzaakt. De voorzieningenrechter heeft met juistheid overwogen dat het ontbreken van beleid er niet aan afdoet dat de burgemeester van die bevoegdheid gebruik mag maken. Wel dienen hoge eisen aan de motivering te worden gesteld, nu sluiting van een woning een ingrijpende maatregel is. Zoals de Afdeling voorts eerder heeft overwogen (uitspraak van 23 mei 2012 in zaak nr. 201103488/1/A4, LJN: BW6360), geldt art. 6, lid 2 van het EVRM alleen voor strafrechtelijke of daarmee vergelijkbare procedures. De sluiting van de woning heeft geen verdergaande strekking dan het beëindigen van de overtreding van art. 2, aanhef en onder b en c, van de Opiumwet en is niet gericht op toevoeging van verdergaand leed of nadeel. Het is derhalve geen punitieve sanctie, zodat art. 6, lid 2 van het EVRM niet van toepassing is.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [appellant]

    appellant · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.