Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RVS:2013:BZ7463

Raad van State · 27-03-2013 · zaaknummer 201201417/1/A4

BestuursrechtGepubliceerd 22-06-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Besluit waarbij het college zijn beslissing om op eerdere datum spoedeisende bestuursdwang toe te passen bestaande uit het treffen van maatregelen ter voorkoming van verdere verspreiding en tot opruiming van de verontreiniging van het oppervlaktewater, op schrift heeft gesteld. De Afdeling stelt vast dat voor het in het oppervlaktewaterlichaam brengen van een olieachtige substantie een vergunning ingevolge art. 6.2, lid 1, aanhef en onder a, van de Waterwet is vereist en dat deze niet is verleend. Appellant betoogt dat de Rb. ten onrechte heeft overwogen dat hij als overtreder van art. 6.2, lid 1, aanhef en onder a, van de Waterwet kan worden aangemerkt, nu hij niet degene is die feitelijk verontreinigende stoffen in het oppervlaktewater heeft gebracht en de verontreiniging hem evenmin kan worden toegerekend. Hij wijst erop dat derden zich onbevoegd toegang tot zijn vaartuig hebben verschaft en een slang hebben doorgesneden, waardoor het vaartuig is gezonken. De Afdeling overweegt onder verwijzing naar de uitspraak van 15 oktober 2008 (LJN: BF8999) dat wat betreft de overtreding van art. 6.2, lid 1, aanhef en onder a, van de Waterwet, overtreder is degene die het desbetreffende wettelijke voorschrift daadwerkelijk schendt. In de eerste plaats is dat degene die de verboden handeling fysiek verricht. Daarnaast kan in bepaalde gevallen degene die de overtreding niet zelf feitelijk begaat, maar aan wie de handeling is toe te rekenen, voor de overtreding verantwoordelijk worden gehouden en derhalve overtreder zijn. Vaststaat dat het vaartuig van appellant door handelingen van derden is gezonken en dat appellant derhalve niet fysiek de handelingen heeft verricht waardoor verontreinigende stoffen in het oppervlaktewater terecht zijn gekomen. Niet gebleken is dat appellant opdracht heeft gegeven tot het verrichten van deze handelingen dan wel dat deze hem anderszins kunnen worden toegerekend. De enkele omstandigheid dat het zijn vaartuig betreft is daartoe onvoldoende. De Rb. heeft dan ook niet onderkend dat appellant geen overtreder is en dat het college ten onrechte ten laste van hem spoedeisende bestuursdwang heeft toegepast.

Rechters

Partijen

  • [appellant]

    appellant · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.