Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RVS:2013:BZ3754

Raad van State · 24-01-2013 · zaaknummer 201203791/1/V1

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 08-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Voorts kan, zoals de Afdeling eerder heeft overwogen uit art. 8 EVRM noch uit de jurisprudentie van het EHRM worden afgeleid dat voor het COa een algemene verplichting bestaat om aan al dan niet rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdelingen opvang te verlenen. De door de vreemdeling genoemde arresten van het EHRM Rantsev tegen Rusland en Cyprus van 7 januari 2010 (nr. 25965/04; www.echr.coe.int) en Opuz tegen Turkije van 9 juni 2009 (nr. 33401/02; www.echr.coe.int) bieden geen grond voor een ander oordeel. Daartoe is redengevend dat het EHRM in eerstgenoemd arrest de klacht over art. 8 EVRM niet ontvankelijk heeft verklaard en in het tweede arrest in het geheel geen klacht over art. 8 EVRM wordt behandeld. Dat de vreemdeling bij gebreke van opvang door het COa in een situatie komt te verkeren die in strijd is met het recht op een menswaardig bestaan en het privéleven als beschermd door art. 8 EVRM, is voorts door de vreemdeling niet aangetoond. Het COa heeft zich in het besluit van 26 juli 2011 derhalve terecht op het standpunt gesteld dat art. 8 EVRM het COa niet noopt om, buiten de in de Wet COa neergelegde wettelijke taak, de vreemdeling opvang te verlenen.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.