ECLI:NL:RVS:2013:BZ0435
Raad van State · 25-01-2013 · zaaknummer 201207171/1/V2
Inhoudsindicatie
Het kind is op 3 augustus 2011, derhalve na de eerdere besluiten van 26 juli 2011, geboren. De besluiten van 26 juli 2011 hebben daarom geen betrekking op het kind. Dat vreemdeling 2 op 5 augustus 2011 middels een formulier B13, model k heeft verzocht om haar asielaanvraag tevens geldig te verklaren voor het kind, maakt dit niet anders, nu, zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in de uitspraak van 30 augustus 2006 in zaak nr. 200602223/1, LJN: AY7690), de kring van personen waarop een besluit betrekking heeft, na het nemen van dat besluit niet kan worden uitgebreid. Onder deze omstandigheden is het besluit van 25 juni 2012 wat betreft het kind niet van gelijke strekking als de eerdere besluiten van 26 juli 2011 (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 25 november 2009 in zaak nr. 200904361/1/V2, www.raadvanstate.nl). Door op het voor het kind tegen het besluit van 25 juni 2012 ingestelde beroep het hiervoor onder 4.2. vermelde beoordelingskader toe te passen en derhalve te beoordelen of aan de voor hem ingediende aanvraag nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden ten grondslag zijn gelegd dan wel of sprake is van een voor hem relevante wijziging van het recht, heeft de voorzieningenrechter dit niet onderkend. Het hoger beroep van de vreemdelingen is kennelijk ongegrond. De aangevallen uitspraak dient in zoverre te worden bevestigd. Het voor het kind ingestelde hoger beroep is kennelijk gegrond. De aangevallen uitspraak dient in zoverre te worden vernietigd. Doende hetgeen de Rb. zou behoren te doen, verklaart de Afdeling, gezien het onder 5. overwogene, het voor het kind ingestelde beroep alsnog gegrond en vernietigt de Afdeling het besluit van 25 juni 2012 voor zover de staatssecretaris hierin de aanvraag van het kind met toepassing van art. 4:6, lid 2 Awb heeft afgewezen. De staatssecretaris heeft immers niet onderkend dat de voor het kind ingediende aanvraag een eerste aanvraag is en hij deze aanvraag derhalve niet met toepassing van voormeld artikel kan afwijzen. Nu namens het kind echter geen zelfstandige asielmotieven zijn aangevoerd, zou de uitkomst van het geschil, in het geval de staatssecretaris met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen een nieuw besluit zou nemen, geen andere zijn en de toets aan het recht kunnen doorstaan. Daarom ziet de Afdeling aanleiding om de rechtsgevolgen van voormeld besluit, in zoverre dat strekt tot afwijzing van de voor het kind ingediende aanvraag, met toepassing van art. 8:72, lid 3 Awb in stand te laten.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
