ECLI:NL:RVS:2013:BY9622
Raad van State · 18-01-2013 · zaaknummer 201203147/1/V4
Inhoudsindicatie
De vreemdeling is (…) onder verwijzing naar de(…) toegangsweigering, krachtens art. 6, lid 1 en 2 van de Vw 2000 de verplichting opgelegd zich op te houden in het Grenshospitium Schiphol. Vervolgens is haar op dezelfde dag krachtens voormeld art. 6, lid 1 en 2 de verplichting opgelegd zich op te houden in het Detentiecentrum Rotterdam/Penitentiaire Inrichting Scheveningen. Op 18 februari 2012 is de vreemdeling in het Justitieel Medisch Centrum van de Penitentiaire Inrichting Scheveningen bevallen van een kind, waarna zij op 5 maart 2012 is overgeplaatst naar Detentiecentrum Rotterdam. (…) Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in de uitspraak van 23 november 2012 in zaak nr. 201207570/1/V3 (LJN: BY4694), voldoet een vrijheidsontneming zonder een daartoe strekkende schriftelijke maatregel waarin de redenen daarvoor uiteen zijn gezet, niet aan de bij of krachtens de Vw 2000 gestelde vereisten voor rechtmatige vrijheidsontneming. De Afdeling stelt vast dat, anders dan de Rb. heeft overwogen, in dit geval een schriftelijke maatregel tot vrijheidsontneming die betrekking heeft op het kind, ontbreekt. De vrijheidsontneming van het kind is derhalve vanaf de aanvang onrechtmatig.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
