ECLI:NL:RVS:2013:BY8857
Raad van State · 11-01-2013 · zaaknummer 201108958/1/V2
Inhoudsindicatie
Het enkele feit dat de vreemdeling eerst op 14 juli 2010 en niet tijdens een eerder gehoor heeft toegegeven dat zij sinds 1 maart 2010 niet meer met de hoofdpersoon samenwoont en geen gemeenschappelijke huishouding meer met hem voert, biedt onvoldoende grond voor het oordeel dat de verblijfsvergunning, zonder de vreemdeling te horen, kan worden ingetrokken met terugwerkende kracht tot het tijdstip waarop deze was verleend, wegens het verstrekken van onjuiste gegevens. De staatssecretaris had in de gegeven omstandigheden de verblijfsvergunning slechts met terugwerkende kracht tot 1 maart 2010 kunnen intrekken. De Rb. heeft derhalve terecht, zij het op andere gronden, overwogen dat de staatssecretaris de verblijfsvergunning van de vreemdeling niet met terugwerkende kracht tot 20 mei 2009 kon intrekken zonder haar te horen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
