ECLI:NL:RVS:2012:BY5576
Raad van State · 03-12-2012 · zaaknummer 201207844/1/V3.
Inhoudsindicatie
Bij de beoordeling of de gronden die aan een maatregel van bewaring ten grondslag zijn gelegd de maatregel kunnen dragen, dient, indien dit is betwist, allereerst te worden beoordeeld of die gronden feitelijk juist zijn. Aan de hand van de gronden die feitelijk juist zijn, dient vervolgens overeenkomstig het in art. 5.1a, lid 1 van het Vb 2000 neergelegde criterium te worden beoordeeld of een risico bestaat dat de betrokken vreemdeling zich aan het toezicht zal onttrekken dan wel of de vreemdeling de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert, zodat het belang van de openbare orde of de nationale veiligheid diens inbewaringstelling vordert, als bedoeld in art. 59, lid 1 van de Vw 2000. De omstandigheid dat in voorkomend geval in het besluit tot inbewaringstelling slechts één van beide onderdelen van genoemd criterium is aangekruist, is daarbij niet relevant.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
