Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RVS:2012:BY4425

Raad van State · 28-11-2012 · zaaknummer 201203013/1/A1

BestuursrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Hoewel het vertrouwensbeginsel, waarop appellant een beroep doet, niet zo ver strekt dat gerechtvaardigde verwachtingen altijd moeten worden gehonoreerd, heeft het college bij het besluit van 25-04-2003 op ondubbelzinnige wijze en zonder enige beperking tot uitdrukking gebracht dat het niet zou overgaan tot handhavend optreden tegen het gebruik van de woning als burgerwoning in strijd met het bestemmingsplan. Het heeft daarin gemotiveerd uiteengezet waarom het, ondanks het verzoek daartoe van Mijbupark, het toen in verband met de rechtszekerheid niet rechtmatig achtte handhavend op te treden. Nu het besluit van 25-04-2003 formele rechtskracht heeft verkregen, moet van de rechtmatigheid van dat besluit worden uitgegaan. Gelet op de duidelijke tekst ervan heeft appellant aan dat besluit de gerechtvaardigde verwachting mogen ontlenen dat het college - ook na een nieuw verzoek daartoe van Mijbupark - niet tot handhaving zou overgaan. Appellant heeft naar de strekking van het besluit van 25-04-2003 gehandeld, onder meer door investeringen in de woning te doen. Bij het in bezwaar gehandhaafde besluit van 18-01-2011 is het college, naar aanleiding van een nieuw verzoek om handhaving van Mijbupark, teruggekomen van het voor appellant gunstige besluit van 25-04-2003, hoewel het planologische regime niet was gewijzigd. Door er geen rekening mee te houden dat het gerechtvaardigde verwachtingen bij appellant had gewekt en dat appellant door het alsnog handhavend optreden onevenredig in zijn belangen wordt geschaad, heeft het college de belangen van appellant bij het in bezwaar gehandhaafde besluit van 18-01-2011 onvoldoende betrokken. Gelet op deze omstandigheden bracht art. 3:4 lid 2 Awb mee dat - ook al heeft het college in de omstandigheden die zich na het besluit van 25-04-2003 hebben voorgedaan op zichzelf aanleiding mogen zien tot handhavend optreden over te gaan - het college daartoe niet heeft kunnen overgaan zonder daarbij te bezien of, en zo ja, in hoeverre, aan appellant enige vorm van compensatie moest worden geboden.

Partijen

  • [appellant]

    appellant · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.